Waarom is er in het dak een dikkere isolatielaag nodig dan onder de vloer voor dezelfde isolatiewaarde (Rc-waarde)?

Deze vraag wordt regelmatig gesteld. Hierbij het antwoord waarbij we uitgaan van een ‘wintersituatie’. Binnen warmer dan buiten.

Warmte kan voornamelijk via een drietal natuurfenomenen ‘stromen’:

  • Via geleiding (fysiek contact tussen twee objecten, materialen of bouwdelen). Ook wel conductie genoemd.
  • Via straling (alles met een bepaalde temperatuur straalt energie = warmte uit). Hoe hoger de temperatuur hoe meer warmte een wand of vloer uitstraalt. Denk aan vloerverwarming. Eerst warmtegeleiding via warm water, dan via geleiding naar straling op de overgang van vloer naar lucht en uiteindelijk deels convectie in de kamers boven de vloer.
  • Via luchtstroming = convectie.

 

Warmte stroomt altijd van warm naar koud.

Hoewel warme lucht altijd stijgt (convectie), zal een plafond haar warmte door straling weer afgeven aan de vloer. De aangestraalde vloer zal de warmte via geleiding willen doorgeven naar de kruipruimte, want daar is het in de winter kouder.

In de laatste situatie hebben we te maken met een verticale warmtestroom van boven naar beneden. In de wand hebben we te maken met een horizontale warmtestroom van binnen naar buiten. Bij het dak hebben we te maken met een verticale warmtestroom, maar dan van beneden naar boven! En hier zit dan ook het grote verschil. Het fenomeen ‘convectie’ zorgt voor veel meer warmteverlies bij een dak. Vandaar dat in het da een dikker pakket nodig is dan onder de vloer voor een gelijke isolatiewaarde (Rc).